Motivatie van leerlingen – Dossiers – leraar24

Source: Motivatie van leerlingen – Dossiers – leraar24.

Hoofddossier: Motivatie van leerlingen

03 december 2013
De laatste jaren is er een sterke verschuiving opgetreden in de onderwijspsychologische theorievorming rond motivationele processen bij het leren. Deze verschuiving wordt wel genoemd de verschuiving van extrinsieke naar intrinsieke motivatietheorieën. Zo is het behaviorisme een sterk extrinsieke motivatietheorie. Een leerling doet iets (niet) omdat ik hem of haar daarvoor beloon of straf.In de onderwijspsychologie is deze motivatietheorie in sterke mate verdrongen door intrinsieke motivatietheorieën zoals de ‘Self-Determination Theory’ van de Amerikaanse onderzoekers Ryan en Deci. Deze theorie gaat er vanuit dat leerlingen van nature gemotiveerd zijn om te leren. Ze leren dan intrinsiek gemotiveerd, wat wil zeggen dat ze leren omdat ze iets interessant vinden. Uit veel onderzoek weten we inmiddels dat intrinsiek gemotiveerd leren leidt tot betere prestaties en vooral tot diepere verwerking.In veel gevallen in het onderwijs echter, en soms ook onvermijdelijk, is er sprake van extrinsieke motivatie. Leerlingen leren uit angst voor een onvoldoende. Uit onderzoek weten we dat dergelijk leren vaak oppervlakkiger is en bijvoorbeeld een hogere kans geeft op drop out of een lager gevoel van welbevinden. Het is het leren dat bekend is komen te staan onder de naam “zesjes cultuur “. Wanneer het enige doel is om de vereiste tentamens, proefwerken, studiepunten te halen krijgen leerlingen of studenten een passieve houding “vertel mij maar wat ik moet doen”.

Self-Determination Theory geeft aan dat een dergelijke extrinsieke houding ontstaat wanneer leerlingen het gevoel hebben weinig autonomie te hebben, dus zich sterk verplicht voelen tot iets. Ook een laag gevoel van competentie leidt tot een extrinsieke houding. Dit ontstaat wanneer leerlingen het gevoel hebben dat het zinloos is wat ze leren, niet van belang of dat ze er slecht in zijn. Tot slot schuift deze theorie de factor sociale verbondenheid naar voren , wat betekent dat leerlingen intrinsieke motivatie verliezen als ze het gevoel hebben niet gewaardeerd te worden door medeleerlingen of leraren. Inmiddels is voor deze theorie een grote hoeveelheid empirisch bewijs verzameld, en is ze de belangrijkste motivatietheorie in de onderwijspsychologie geworden.

Lees meer over dit onderwerp: http://www.leraar24.nl/dossier/5321/motivatie-van-leerlingen

Advertisements

Dé 21st century skill?

Source: Blogcollectief Cultuureducatie met Kwaliteit: Dé 21st century skill?.

woensdag 18 juni 2014

Dé 21st century skill?

 

 

 

 

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het Nederlandse curriculum voldoet aan eigentijdse eisen? Eigenlijk altijd een actuele vraag, omdat onderwijs een belangrijk aandeel heeft in de toekomst van onze kinderen. Maar nu net wat actueler omdat de Onderwijsraad in haar advies Een eigentijds curriculum constateert dat het curriculum niet systematisch genoeg vernieuwd wordt. Noodzakelijke (vak)vernieuwingen vinden vaak niet, te laat of te geïsoleerd plaats.

De raad benadrukt het toenemende belang van de 21st century skills. In het advies worden drie clusters van deze skills onderscheiden: (denk)vaardigheden zoals ict-geletterdheid, probleemoplossend vermogen, kritisch denken, creativiteit. Sociale competenties zoals samenwerking, communicatie, sociale vaardigheden en culturele sensitiviteit. En metacognitie, kennis van het eigen cognitief functioneren en de vaardigheid om het leren te sturen.

Natuurlijk zijn al deze skills nuttig. Maar ook nogal oppervlakkig en voor de hand liggend. Ze mogen dan niet expliciet in de kerndoelen of het schoolleerplan zijn opgenomen, iedere leraar zorgt er toch voor dat zijn of haar leerlingen dit soort competenties opdoen? De leraar is uiteindelijk degene die vorm geeft aan onderwijs.

Op ons leergebied gebeurt er juist veel aan vernieuwing van curricula. Overal in het land worden leerlijnen voor cultuuronderwijs of voor afzonderlijke disciplines ontwikkeld die aansluiten bij de lokale context. En landelijk zijn er twee leerplankaders ontwikkeld. Het leerplankader Cultuur in de Spiegel en het leerplankader kunstzinnige oriëntatie van SLO.

SLO biedt méér dan alleen dat kader, namelijk een online cursus Curriculumontwerp. Je leert er onderwijs ontwikkelen; vanuit een les een lessenreeks opbouwen, passend in een leerlijn en binnen de visie van je school. Dit lijkt mij dé noodzakelijke skill om eigentijds cultuuronderwijs concreet inhoud te geven in de praktijk.

Neem het rijtje skills niet klakkeloos over maar zie het als een aanleiding om te vernieuwen. Om zelf kritisch na te denken – weer zo’n skill – over de vraag wat je leerlingen wilt bijbrengen met cultuuronderwijs, met welke strategieën je dat doet, en hoe je aanhaakt bij de intrinsieke motivatie van kinderen om te leren.

Is het kunnen ontwerpen van lessen, lessenseries, leerlijnen en curricula niet de belangrijkste skill voor de hedendaagse leerkracht? En zijn er instellingen die vanuit hún expertise leraren hierbij begeleiden in het kader van Cultuureducatie met Kwaliteit? Zie ik u op LinkedIn?

Vera Meewis
Medewerker onderzoek LKCA