Minder lesuren, goed idee? – Nederland – TROUW

Bron – TROUW.nl

Minder lesuren, goed idee?

Rob Pietersen − 26/01/15, 15:12
© ANP. Minister Bussemaker als invaldocent tijdens de Dag van de Leraar

Het Nederlandse onderwijs doet het goed, maar het kan efficiënter. Het CBS liet een onderzoek uitvoeren waaruit bleek dat minder uren lesgeven juist goed uit kan pakken voor het onderwijs: in veel ‘goede’ onderwijslanden zitten leerlingen korter op school.

In Nederland gaat een leerling gemiddeld 970 uur per jaar verplicht naar school, in landen met hogere leeropbrengsten als Zuid-Korea, Japan of Estland is dat gemiddeld 768 uur. Kan dat ook in Nederland: de leerprestaties omhoog door minder lesuren aan te bieden? Trouw vroeg twee deskundigen naar hun oordeel.

Klaas van Veen, hoogleraar Onderwijskunde, Lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen:
“Het zit ‘m helemaal niet in de hoeveelheid lesuren. Het gaat om hoe er wordt geleerd, wat er in de lessen gebeurt, hoe leerlingen dat oppakken, wat leraren doen. Het aantal lesuren moet je laten bepalen door de doelstellingen die je hebt, de inhoud, de toetsing, het type leerling.”

“Er heerst hier het vermoeden, ook gezien de discussie van een paar jaar terug, dat we in sommige gevallen best met minder lesuren zouden kunnen. Maar ik zou dat niet doen op basis van een analyse van andere landen, zoals hier door het CBS. Er is gewoon geen goed onderzoek om zo’n landenvergelijking te maken. Landen verschillen te veel om dat betrouwbaar te doen. Bij dit soort onderzoeken worden enkele van die factoren bekeken en dat resulteert in ernstige versimpelingen van de werkelijkheid. Als we het aantal lesuren terugschroeven moet dat gebeuren op basis van een analyse van wat wij nodig hebben in ons onderwijs.”

Sywert van Lienden, politiek activist, was als voorzitter van LAKS betrokken bij protestacties tegen de 1040-urennorm:
“Er zijn een hoop hardnekkige onderwijswijsheden en politieke stokpaardjes die flauwekul zijn, en die door dit onderzoek van het CBS worden weggevaagd. Je krijgt namelijk niet per definitie beter onderwijs met meer geld, meer uren, meer leraren. Dat dat nu wordt weerlegd, is mooi. Maar ook rijkelijk laat, want we discussiëren hier in Nederland al zo’n zeven jaar over.”

“Natuurlijk kan het onderwijs efficiënter. Neem opdrachten in de klas. Soms zitten leerlingen van de 50 minuten een half uur in groepjes aan een opdracht te werken. Met een dure leraar die zit te niksen. Dat soort opdrachten kan prima thuis.”

“Daarnaast stoort het me dat elk maatschappelijk thema aan de schoolagenda wordt toegevoegd. Homoseksualiteit, diversiteit en nu weer radicalisering. Hup… Weer een extra opdracht voor het onderwijs en lespakketje erbij. Ik geloof niet zo in de maakbaarheidgedachte van de maatschappij,  het idee dat we alles in het klaslokaal kunnen oplossen. Ik denk dat we ook opvoedtaken, discussies over burgerschap aan ouders, familie, netwerk of media moeten durven overlaten. Er is nu in het onderwijs veel te veel gekozen voor de breedte. Door al die vakken gaan we bijna nergens meer echt de diepte in.”

Morgenochtend in Trouw meer reacties op het onderzoek van het CBS.

Advertisements

Vlaamse Diamantmodel met Eindtermen ICT

Bron: André Manssen blogt Vanaf de Zijlijn.

Kennisclip: Vlaamse Diamantmodel met Eindtermen ICT Xplained

ict diamant Vlaanderen

In de Kerndoelen PO worden geen kerndoelen voor ICT beschreven. Er is maar één zinnetje te vinden dat verwijst naar ICT: Omgaan met informatietechnologie geldt voor alle gebieden. “Dat laat scholen nogal vrij in wat ze wel en niet doen“, aldus Don Zuiderman in het onderstaand filmpje “Vlaamse Diamantmodel Xplained”.

Onze zuiderburen in Vlaanderen hebben het m.i. slimmer aangepakt. In Vlaanderen kent men de Eindtermen ICT, verplicht voor alle basisscholen. Deze ICT-eindtermen zijn vakoverschrijdend en geven aan wat leerlingen moeten kunnen met ICT aan het einde van het basisonderwijs.

Don Zuiderman (@donzuiderman) – docent ICT & Onderwijs bij de Hogeschool Utrecht – legt in een helder filmpje (Kennisclip) o.m. uit wat de Vlaamse Eindtermen ICT inhouden en wat het voordeel is van deze einddoelstellingen ICT.

 

Filmpje “Vlaamse Diamantmodel Xplained

Deze Kennisclip gaat over het Vlaamse Diamantmodel en de zes leerprocesgerichte competenties voor het basisonderwijs.

Vlaamse Eindtermen ICT

De voor het onderwijs ontwikkelde leergebied – resp. vakoverschrijdende ICT-eindtermen voor het gewoon basisonderwijs en voor het buitengewoon basisonderwijs, types 1, 2, 7, 8,  zijn:

  1. De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.
  2. De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
  3. De leerlingen kunnen zelfstandig oefenen in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
  4. De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.
  5. De leerlingen kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
  6. De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
  7. De leerlingen kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.
  8. De leerlingen kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.

Op de Vlaamse website “ICT in het Basisonderwijs” onder de menukeuze “ICT-eindtermen” en de daaronder liggende sub-menu’s meer informatie, waaronder software/oefensites, e.d. bij de verschillende Eindtermen.

Eindtermen ICT en leerlijnen

De eindtermen vergemakkelijken ook het maken van leerlijnen. Op  de website “ICT in het Basisonderwijs” vind je onder de menukeuze “ICT-Leerlijn” een voorbeeld van een leerlijn bij de genoemde acht Eindtermen ICT. Op de site staat hierbij de volgende aantekening: “Deze leerlijn is een mogelijke structuur, voor het plannen van de ICT-eindtermen, doorheen de volledige periode waarin de leerlingen het basisonderwijs doorlopen.”

Andere voorbeelden van leerlijnen zijn te vinden op:

Interessante websites met meer info over de Eindtermen ICT
Conclusie

Een duidelijk en verhelderend filmpje. De Vlaamse Eindtermen ICT bieden m.i. ook basisscholen  in Nederland een houvast/handvat om een doorlopende leerlijn voor ICT te maken. De hierboven genoemde websites kunnen hierbij een voorbeeld zijn. Wellicht weten de Vlaamse collega’s die dit blog lezen nog meer interessante websites over de Eindtermen ICT. Wil je die a.u.b. melden via de reacties onder dit bericht?

Gerelateerde berichten (niet alle “links”, genoemd in onderstaande berichten, “werken” nog)

Inspiratie, denken en dromen over onderwijs in de toekomst. | 21st Century Skills

Inspiratie, denken en dromen over onderwijs in de toekomst. | 21st Century Skills.

Inspiratie

Inspiratie, kind op tabletInspiratie kan een bijdrage leveren aan reflectie op het huidige onderwijs en aan beelden over het onderwijs in de toekomst. Op het internet is een groot aantal video’s beschikbaar waarin gerenomeerde sprekers hun beelden over het onderwijs delen met belangstellenden. Ook beelden van de toekomst van de manier waarop we leven, leren en werken kunnen een bron van inspiratie zijn. Onderstaand een eerste overzicht.

Inspiratie:

Sir Ken Robinson

Onderstaande animatie is afgeleid van een presentatie van Sir Ken Robinson, een gerenomeerd spreker op het gebied van onderwijs en creativiteit. Voor meer informatie zie ook http://www.sirkenrobinson.com

Onderstaande TED-talk van Sir Ken Robinson is gepubliceerd in mei 2013

sirkenrobinson_mei_2013

Sugata Mitra

Sugata Mitra is onder andere bekend van het wetenschappelijk experiment ‘Hole in the Wall’. Het toont aan dat kinderen prima in staat zijn te leren zonder interventies van buitenaf.
Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Sugata_Mitra

Doen is de beste manier van denken

De titel spreekt voor zich…

Blik in de toekomst in 2019

In een video schetst Microsoft een mogelijk beeld van de manier waarop we leven, leren en werken in het jaar 2019.

De school als aantrekkelijke leer- en werkplek in 2030

Een zeer inspirerende video en lezenswaardig verslag van de gezamenlijke verkenning naar het ontwerp van het onderwijs van de toekomst in Vlaanderen.

Toekomstproject onderwijs 2030 from MediaMixer on Vimeo.

Above and Beyond

Above & Beyond is een animatie over wat mogelijk is als communicatie, samenwerking, kritisch denken en creativiteit centraal staan in scholen. 21st century skills in het onderwijs.

The Future of Learning

In deze film roepen experts en docenten op om te verschuiven van traditionele methoden van leren op basis van memoriseren en herhaling naar een meer holistische benadering van de behoeften van individuele studenten en leerlingen.

The Right & Wrong Way To Use Technology For Learning

Source: The Right & Wrong Way To Use Technology For Learning.

The Right & Wrong Way To Use Technology For Learning

what-do-you-want-kids-to-do-with-technologySo much in learning is subjective, which makes sense because so much in life itself is also subjective, and we learn in order to live. So it’s natural.

Grey areas abound–the usefulness and quality of the Common Core Standards. The importance of curiosity in learning. The evaluation of technology in learning. The utility of letter grades. (And alternatives to letter grades.)

For every educator dead-set on personalizing learning through technology in an outcomes-based K-12 classroom, there is another educator working to develop new learning models that extract the potential of self-directed learning, the role of play in learning, and better understanding the different levels of integration of technology in the learning process itself.

And it’s all good work.

What exactly technology does in learning is also subjective. We’ve offered a clumsy analogy in the past, but sometimes a simple T-chart clarifying “good and bad” is helpful, which is what Bill Ferriter of the wonderful Tempered Radical blog has done with the following image.

The Right & Wrong Way To Use Technology For Learning

Ferriter’s image begins simply enough, with a statement so many of your already believe (based on comments we’ve seen across social media and here on TeachThought as well).

Technology is a tool, not a learning outcome. (Learning is not about technology, mind you.)

But for those that need examples, it goes further, saying no to “developing apps” and “publishing animotos,” and yes to more general functions like “Raising Awareness” and “Starting Conversations.” (Our favorite is helping students find answers to their questions.)

Certainly it’s not true–in our grey area of our own we’re creating here–that creating animoto videos is “wrong” or producing videos is “bad,” but rather that technology should ideally function in pursuit of that awareness and that conversation, not the app or “the animoto.”

Of course you probably already know that, but here’s to clarifying.

If You’re Not Failing, You’re Not Growing – 99U

If You’re Not Failing, You’re Not Growing – 99U.

Icon by Wilson Joseph of The Noun Project

If You’re Not Failing, You’re Not Growing

In 1998, 27-year-old Sara Blakely revolutionized women’s underwear using a pair of scissors. She was standing in front of her closet, trying to choose an outfit for a party later that night, when she came across a pair of crème-colored pants that she desperately wanted to wear. But there was a problem. The pants were tight and didn’t fit her body perfectly. She needed something she could wear underneath to firm up her physique.

Finding a solution wasn’t going to be easy. “The options [for women] were not that great,” she said, recounting the event to an audience at Inc. Magazine’s 2011 Women’s Summit. “We had the traditional shapers that were so thick, and left lines or bulges on the thigh. And then we had the underwear which leaves a panty line… And then came along the thong, which still confuses me because all that did was put underwear exactly where we had been trying to get it out of.”

Form-fitting pantyhose were one possibility, but Blakely didn’t want the nylon ruining the look of her sandals. And that’s when inspiration struck. With her pantyhose in one hand, Blakely reached for the scissors and took two quick snips, creating the first pair of what are now known to shapewear aficionados everywhere as Spanx.

Blakely came home that night with the self-satisfied air of an inventor. “I remember thinking, this should exist for women.”

Today Blakely is a billionaire. Her company sells more than 200 body-shaping products that range from Skinny Britches thigh shapers, to Undie-tectable panties, to full-body Shape-Suits. If you’re interested in buying some Spanx for yourself, you won’t need to travel far. They are sold in over 10,000 locations, from high-end retailers including Saks Fifth Avenue and Neiman Marcus, to big box stores like Target and Walmart. And that’s not counting the other 30 countries in which they sell. There’s even Spanx for men, which, for obvious marketing reasons, have been shrewdly rebranded Zoned Performance.

Between that inspired evening in the closet and her current status as the owner of a multimillion-dollar powerhouse, Blakely overcame a series of remarkable obstacles, including zero experience in the hosiery industry, not having taken a single business course, and a bankroll that was limited to $5,000.

http://abcnews.go.com/video/embed?id=15889928<br/><a href=”http://abcnews.go.com/international/video”>World News Videos</a> | <a href=”http://abcnews.go.com/international”>ABC World News</a>

Sara Blakely on failure in a ABC News interview.

Asked where she found the courage to surmount such staggering odds, Blakely says a big part of the credit belongs to her father. Or, more specifically, to the one question he would ask his children every night at dinner.

Some parents are content asking their children, “Did you have a good day?” or “What did you learn at school?” Not at the Blakely household. The question Sara and her brother had to answer night after night was this: “What did you fail at today?” When there was no failure to report, Blakely’s father would express disappointment.

When there was no failure to report, Blakely’s father would express disappointment.

“What he did was redefine failure for my brother and me,” Blakely told CNN’s Anderson Cooper. “And instead of failure being the outcome, failure became not trying. And it forced me at a young age to want to push myself so much further out of my comfort zone.”

Blakely was taught to interpret failure not as a sign of personal weakness but as an integral part of the learning process. It’s this mind-set that prepared her to endure the risk involved in starting her own business. When coming up short is viewed as the path to learning, when we accept that failure is simply feedback on what we need to work on next, risk taking becomes a lot easier.

Her father’s question taught her an important lesson: If you’re not failing, you’re not growing.

What’s odd is that in many ways it’s the precise opposite of the view that’s supported in most classrooms. From an early age, children are taught that success means having the right answers, and that struggling is a bad sign, the sort of thing you do when you’re not quite “getting it” or the work is too hard. Throughout much of their education, students are encouraged to finish assignments quickly. Those who don’t are sent off to tutors.

After 12 years of indoctrination, it’s no wonder that so many of us view failure the way we do: as something to avoid at all cost. In reality, it’s only by stretching ourselves that we develop new skills.

After 12 years of indoctrination, it’s no wonder that so many of us view failure the way we do: as something to avoid at all cost.

Some educators have begun recognizing the way this fear of failure is impeding their students’ long-term growth. Edward Burger, for one, is doing something about it. For more than a decade the Williams College mathematics professor has literally been rewarding students for failing in his class.

“Instead of just touting the importance of failing,” Burger wrote in a 2012 Inside Higher Ed essay, “I now tell my students that if they want to earn an A, they must fail regularly throughout the course of the semester—because five percent of their grade is based on their ‘quality of failure.’”

Burger believes this approach encourages students to take risks. His goal is to reverse the unintended consequences of a school system consumed by testing. What was originally introduced as a feedback tool to foster better learning has had the opposite effect; when we reduce performance to A’s or B’s, pass or fail, we make the learning opportunities that failure provides hard to appreciate.

At the end of each semester, students in Burger’s class are asked to write an essay examining a mistake they made. In it they describe why they initially thought their approach might work and how their mistake helped them uncover a new way of understanding the problem.

Failure, per se, is not enough. The important thing is to analyze the failure for insight that can improve your next attempt.

To be fair, at just five percent of a student’s grade, Burger’s unusual grading scheme hardly constitutes an academic revolution. But research suggests that his approach of rewarding intelligent failure may have more of an impact on his students than we might initially suspect, especially when it comes to promoting a thinking style that’s conducive to innovation. When the possibility of failure looms as a major threat, our mind does some funny things. Our attention narrows and our thinking becomes more rigid. We have a hard time seeing the big picture and resist the mental exploration necessary for finding a solution. All of a sudden, insights can become a lot more elusive.

When the possibility of failure looms as a major threat, our mind does some funny things.

Studies show that when avoiding failure is a primary focus, our work becomes more stressful, and consequently a lot harder to do. And over the long run, that mental strain takes a toll, resulting in reduced creativity and the experience of burnout.

We want to believe that progress is simple, that success and failure provide clear indicators of the value of our work. But the path to excellence is rarely a straight line. Counterintuitive though it may seem, sometimes the best way to minimize failure is to embrace it with open arms.

[This is a book excerpt from The Best Place to Work: The Art and Science of Creating an Extraordinary Workplace available now on Amazon]

Pedagogische Praktijk de Creatieve Chaoot on Strikingly

Pedagogische Praktijk de Creatieve Chaoot on Strikingly.

Snippet:
Welkom op de site van de Pedagogische Praktijk de Creatieve Chaoot.
Pedagogische Praktijk de Creatieve Chaoot heeft als doel ouders/verzorgers van creatieve chaoten te ondersteunen in hun opvoedings- en/of ontwikkelingsproces. De creatieve chaoot is een type mens dat, zoals de naam al zegt, creatief en chaotisch is. Een creatieve chaoot krijgt vaak een (psychiatrisch) label.
De labels die naar ons idee (bijna altijd) vallen onder de noemer “creatieve chaoot” zijn AD(H)D, dyslexie, hoogbegaafdheid en autisme spectrum labels. Wij richten ons op kinderen met een normale tot hoge intelligentie.
Er worden diensten geleverd aan zowel ouders individueel, als aan ouders samen met hun kind. Pedagogische Praktijk de Creatieve Chaoot streeft er naar om professionele, adequate en kwalitatieve ondersteuning te bieden. Wij werken voornamelijk vanuit een positieve focus.

De puberdochter die alleen nog maar kan appen – Nederland – TROUW

De puberdochter die alleen nog maar kan appen – Nederland – TROUW.

De puberdochter die alleen nog maar kan appen

Andrea Bosman − 10/01/15, 11:35
© Brechtje Rood.

Als je nooit meer alleen bent, kun je dan jezelf nog worden? Andrea Bosman kijkt naar haar aan haar smartphone verknochte puberdochter en realiseert zich ineens dat ze zelf ook ooit vijftien was.

  • De telefoon gaf haar toegang tot een eindeloze, wonderlijke wereld van voortdurend contact en vermaak

     

Het schrift van mijn dochter ligt geopend op haar bureau, midden in een glooiend landschap van schoolboeken, losse blaadjes, mascara’s, parfumflesjes, pennen, potloden, potjes nagellak, ringen, kettingen, oorbellen, glazen, theekoppen, lege snoeppapiertjes, gedroogde mandarijnschillen, een bh, petjes, een onderbroek, sokken. Vluchtig scannen mijn ogen de regels: ‘I am not myself, I feel strange …’ Licht beschaamd sla ik het schrift dicht en schuif het snel onder een paar boeken.

Ik vis het servies, het afval en de was tussen de overige spullen uit en maak stapeltjes. Gek, maar waarom lucht de tobberigheid die mijn dochter in die paar zinnetjes aan de dag legt mij op? Ik probeer me voor te stellen hoe ze aan haar bureau is gaan zitten, dat er dus een moment is geweest dat ze haar telefoon even heeft losgelaten. En is gaan schrijven. Met een pen. Op papier. In een vreemde taal, omdat het dan poëtischer klonk, vermoed ik. Dat deed ik vroeger ook. En kennelijk waren dit niet de gedachten die een vijftienjarige wilde delen via alle sociale infusen waar ze de rest van de dag op is aangesloten: Twitter, Whatsapp, Snapchat, Facebook, Tumblr, Instagram … Ze schreef ze voor zichzelf.

Cadeau
Het was een 100 procent match, tussen het wat gesloten meisje van twaalf en de zwarte iPhone 3 die ze op haar verjaardag uit zijn doosje haalde. De telefoon gaf haar toegang tot een eindeloze, wonderlijke wereld van voortdurend contact en vermaak. Ze verdween er moeiteloos in, als Alice in het konijnenhol. We hadden hem zelf cadeau gedaan, die telefoon, zonder goed te overzien wat de gevolgen zouden zijn.

Dat is nu drie jaar geleden.

Wij, haar ouders, stonden vanaf dat moment aan de rand van dat gat, tuurden naar binnen, riepen haar naam. We zagen eindeloze reeksen berichtjes oplichten, en soms, als we meekeken via twitter, ook heel vervelende dingen voorbij komen. Schuttingtaal, andere rare teksten. We meenden dat haar schoolprestaties er onder leden, probeerden afspraken te maken, werden boos, lieten het dan weer betijen omdat we ook niet zo goed wisten hoe nu verder.

Een jaar geleden bezochten we New York, een omgeving die elke concurrentie met de virtuele wereld moeiteloos aan zou moeten kunnen. Voor een astronomisch bedrag zoefden we op een zonnige ochtend in slechts 43 seconden naar het mooiste uitzicht over Manhattan: we stonden boven op het Rockefeller Center. Aan de ene kant Central Park, aan de andere kant keken we zuidwaarts over Manhattan. Als je goed keek zag je in de verte zelfs het Vrijheidsbeeld. “Mooi he!”, riep ik. Maar ze stond alweer, tegen de liftschaft geleund, over haar schermpje gebogen, want yessss: hier was free wifi!

  • © Brechtje Rood.
  • Maar ik moet nog iets aan Silke vragen over ons aardrijkskundeproject!

     

We koesteren de momenten dat Alice uit het konijnenhol terug onze wereld in stapt. Soms vermengen de werelden zich op een verrassende manier. Ze speelt piano en zoekt via YouTube instructiefilmpjes om ‘People’ van Birdy te kunnen spelen. Of de muziek uit de film ‘Intouchables’.

In haar kast staat een rijtje young adult-romans, boeken die ze per se in het Engels wilde lezen omdat ze er op Tumblr mooie citaten uit tegenkwam. ‘The Fault in Our Stars’ bijvoorbeeld, ver voordat de film uitkwam, en ‘The Perks of Being a Wallflower’. Zouden uitgevers dat wel voldoende weten, dat ze via sociale media pubers aan het lezen kunnen krijgen?

Plakband
Maar het blijft hardnekkig; het gedoe, het geschipper, de ruzies. Laatst nog. Ik kwam terug van boodschappen doen en alles in huis was precies zo als ik het een uur eerder had achtergelaten. Mijn dochter zat nog steeds roerloos aan de eettafel in die vertrouwde houding: onderuitgezakt, het hoofd gebogen, starend in dat gebarsten schermpje – van inmiddels een iPhone 5 – dat met plakband nog net aan elkaar blijft zitten. Draadje in het stopcontact, haar schoolboeken in een waaier voor zich uitgespreid, onaangeroerd. Stilleven met puber. Ik probeerde mijn kaken op elkaar te houden, maar het lukte niet.

“Leg je ‘m nu weg, je telefoon?”
“Ja, zo”
“Nee, doe nu maar, ik vroeg het een uur geleden ook”
“Jaha …”
“Je leidt jezelf af”
“Jahaa …”
“Het is de afspraak: geen telefoon bij je huiswerk”
“Maar ik heb ‘m nodig, als rekenmachine”
“Je hebt toch een rekenmachine?”
“Maar ik weet niet waar die is”
“Die is hier”
“O”
“Doe je ‘m nu weg dan?”
“Ja, zo”
“Goed, nu is ‘t klaar, lever maar in die telefoon.”
“Mam, doe normaal!”
“Nee, jij, ik vraag het nu voor de vijfde keer en je doet het niet!”
“Maar ik moet nog iets aan Silke vragen over ons aardrijkskundeproject …”

Ik wilde schreeuwen: “Als je ‘m nu niet weglegt, gooi ik dat rotding in de prullenbak!” Ik verbeet me. Talloze keren hadden we dit gesprek gevoerd. Met steeds hetzelfde resultaat: ik boos, zij boos.

  • In hun handen is het vergif. Ze kijken mensen niet meer aan als ze praten, ze bouwen geen empatisch vermogen op

    Louis C.K.

Naast mijn bed ligt het boekje ‘Focus’ van Justine Pardoen, over sociale media als de grote afleider. Toen het uitkwam, in 2012, las ik het met grote gretigheid. Ik had de neiging bij elke bladzijde wel twintig keer bevestigend te knikken. Zie je wel: de wijdverbreide mythe dat de pubers van nu zo goed kunnen multitasken, haalde Pardoen overtuigend onderuit. Het periodiek systeem der elementen dwarrelt heus niet vanzelf die puberbreintjes binnen terwijl ze aan het facebooken zijn en naar hun favoriete muziek luisteren. Na elke greep naar de telefoon kost het minstens tien minuten – of meer – voordat de echte diepe concentratie weer terug is, wist Pardoen. En pubers moeten dat echte diepe leren gewoon leren.

Is dat wat ik zie? Een kind dat zichzelf niet toestaat in het diepe te springen?

Vergif
En dan is er mijn andere houvast, dat YouTube filmpje met de Amerikaanse komiek Louis C.K., te gast in de talkshow van Conan O’Brien. Louis legt in een briljant vertoogje van 4 minuten en 51 seconden uit waarom zijn kinderen geen smartphones krijgen. “In hun handen is het vergif”, zegt Louis. “Ze kijken mensen niet meer aan als ze praten, ze bouwen geen empatisch vermogen op.”

Wat kinderen volgens hem ook moeten opbouwen is het vermogen om gewoon te zijn, alleen te zijn en niks te doen. “Because underneath everything in your life there is that thing, that empty – forever empty. That knowledge that it’s all for nothing and that you’re alone.” Maar dat gevoel doorleven we niet meer, zegt Louis, want zodra het de kop opsteekt, grijpen we naar de telefoon, tikken een onzinnig berichtje naar iemand en … weg is het enge gevoel.

Louis vertelt dat hij eens in de auto zat toen het tranentrekkende ‘Jungleland’ van Bruce Springsteen op de radio kwam. Dat nummer waarin Bruce enorm uithaalt op het eind, ‘ohohoooooooo!’, als een jankende wolf. Louis onderdrukte de impuls om zijn mobiel te pakken en snel ‘Hi!’ naar vijftig mensen te appen. Hij dacht: “Just be sad. Just let the sadness hit you like a truck.” Hij zette zijn auto aan de kant en huilde. En daarna was hij blij. Want pas als je jezelf toestaat om verdrietig te zijn kun je ook geluk ervaren.

Puberverdriet
Nu ben ik geen groot Bruce-fan en ik kan me bij dit specifieke zwelgen niet zo heel veel voorstellen, maar ik begreep wel wat Louis bedoelde. Wat voor grote mensen worden die jonge mensen van nu als ze zichzelf nooit meer alleen laten zijn?

Met het afval, de was en het servies loop ik de zolderkamer van mijn dochter uit. Ben ik daarom zo opgelucht met die zinnetjes in haar schrift? Omdat ze getuigen van authentiek puberverdriet? Het jonge zwelgen bestaat kennelijk nog gewoon. Ook al zijn pubers bijna permanent online.

Beneden zit mijn dochter op de bank en eet noedels. Kom op schoot, lepel in de ene, telefoon in de andere hand. Ik maak ook noedels en ga bij haar zitten. Ze is moe maar vrolijk, net terug van een middag in de stad. “Ik heb een baantje, bij de bakker in het winkelcentrum”, zegt ze, hoorbaar trots. “Wat goed!”, zeg ik, “Hoe dat zo?”

  • Zou je minder op je telefoon zitten als wij het er niet steeds over hadden?

     

“Via een vriend”
“Van school?”
“Nee, ik ken hem van Instagram”, zegt ze.

Van Instagram? Het klikt wonderlijk, en ik kan me er niet meteen iets bij voorstellen. Alsof je iemand kent ‘van het telefoonboek’. Dus eerst virtueel en dan echt. Precies dat waarvoor je als puber altijd wordt gewaarschuwd: wie zich virtueel voordoet als een jongen van 16 kan ook een man van middelbare leeftijd met rare bedoelingen zijn.

Absolute hel
Maar dat is allemaal niet zo, het is ook gewoon de manier waarop haar reusachtige netwerken ontstaan en zich uitbreiden, dat weet ik inmiddels wel. Ze was de jongen met een vriendin gaan opzoeken want hij werkt ook bij die bakker, bij zijn ouders in de zaak. Zijn moeder had haar gezien en gevraagd of ze misschien een baantje zocht. En zo geschiedde.

“Zou je minder op je telefoon zitten als wij het er niet steeds over hadden?”, vraag ik. “Ja”, zegt ze, natuurlijk. “Want nu denk ik steeds: straks mag het misschien niet meer.”

Onlangs vond ik een dagboekje van mezelf terug, ik was ook ooit vijftien. Naast gedweep over de jongste verkering en gedoe met mijn ouders viel een passage me op. Ik zat ‘al drie dagen ziek thuis, maar hoorde van niemand ook maar iets. Geen telefoon, geen kaartje, niks.’

Vier dagen geen contact, ik vond het toen al horror, voor een hedendaagse puber zou het de absolute hel zijn. En hoe heilzaam voor de ziel is dat nou eigenlijk, dat eenzame gedoe?

Worden we nou slimmer of dommer van sociale media, apps, internet? Wetenschappers zijn er nog niet over uit. Robert Visscher zet in de weekendbijlage Tijd de jongste inzichten op een rij en bekijkt zijn eigen gedrag.