Paul Rosenmöller: ‘Diploma op maat beter voor scholier’

Bron | de Volkskrant

2870102
Haagse scholieren maken maken een examen. © ANP

Paul Rosenmöller: ‘Diploma op maat beter voor scholier’

De beste vakken op vwo-niveau, de slechtere op havo- of vmbo-niveau. Paul Rosenmöller maant de politiek op korte termijn een maatwerkdiploma in te voeren.
Door: Rik Kuiper 26 maart 2015, 02:00

Van massaproductie naar maatwerk
Lees ook het interview met Paul Rosenmöller: ‘Die schotten tussen vmbo, havo en vwo moeten verdwijnen. Het is niet meer van deze tijd dat je een diploma krijgt op het niveau van het vak waar je het slechtste in bent.’

Scholieren moeten het ene vak op havo-niveau kunnen volgen en het andere op vwo-niveau, zegt voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad, de koepelorganisatie voor middelbare scholen. Hij maant de politiek om op korte termijn een maatwerkdiploma in te voeren.

Op zo’n diploma staat bijvoorbeeld dat een leerling vijf vakken op havo-niveau heeft gedaan en drie vakken op vwo-niveau. Nu is dat wettelijk niet mogelijk, omdat is vastgelegd dat een leerling op slechts één niveau een diploma kan halen.

Door de invoering van een maatwerkdiploma kan een school het onderwijs beter laten aansluiten op de talenten van de leerlingen, zegt voorzitter Rosenmöller van de sectororganisatie waarbij alle middelbare scholen zijn aangesloten. ‘Er zijn dyslectische kinderen op de havo die de exacte vakken makkelijk op vwo-niveau kunnen. En er zijn vmbo-kinderen die een paar vakken op havo-niveau kunnen doen.’

‘Ontschotting’

 Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad.
Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad. ©

Volgens Rosenmöller, die de afgelopen maanden met honderden docenten, schoolleiders en bestuurders sprak, is het daarom tijd voor ‘ontschotting’ – de schotten tussen vmbo, havo en vwo moeten zoveel mogelijk verdwijnen, zoals onder meer al gangbaar is in Engeland en de VS. ‘Het is toch niet meer van deze tijd dat je een diploma krijgt op het niveau van het vak waar je het slechtst in bent?’

Ook op andere vlakken moeten scholen meer mogelijkheden krijgen om maatwerk te leveren, vindt Rosenmöller. Zo zouden slimme gymnasiasten niet in zes maar in vijf jaar een diploma moeten kunnen halen. ‘Leerlingen moeten zich niet aan de structuur van de school aanpassen, maar de structuur van de school moet zich aan de leerling aanpassen.’

Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker is groot voorstander van meer maatwerk in het voortgezet onderwijs, laat een woordvoerder van het ministerie weten. In zijn Plan van aanpak toptalenten staat dan ook dat leerlingen vakken op een hoger niveau moeten kunnen volgen. Daar wordt nu op enkele scholen mee geëxperimenteerd.

“Leerlingen zullen minder vaak blijven zitten. Dat legt minder druk op scholen, die weten dat de inspectie ze afrekent op het aantal zittenblijvers.” -Jelmer Evers, leraar en publicist

Of dat betekent dat de staatssecretaris positief staat tegenover de invoering van een maatwerkdiploma, is nog niet gezegd. ‘We moeten er goed over nadenken. Aandachtspunt daarbij is dat ruimte voor maatwerk niet tot onbedoeld effect heeft dat leerlingen zich minder inzetten voor hun slechtste vakken. Ook moet goed gekeken worden naar de gevolgen van maatwerk voor de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het vervolgonderwijs.’

Leraar en publicist Jelmer Evers hoopt dat het maatwerkdiploma er snel komt. Evers – een docent die veel publiceert over onderwijs en betrokken is bij het plan Samen Leren, dat als leidraad geldt voor de Kamerfracties van VVD en PvdA – denkt dat meer maatwerk goed is voor kinderen.

Ook denkt hij dat het de doorstroom zal versoepelen. ‘Leerlingen zullen minder vaak blijven zitten. Dat is fijn voor hen, maar legt ook minder druk op scholen, die weten dat de inspectie ze afrekent op het aantal zittenblijvers.’

De invoering van het maatwerkdiploma kan echter ook voor logistieke problemen zorgen, denkt Evers. ‘Voor roostermakers op traditionele scholen is dit een nachtmerrie. Iedere leerling moet een eigen rooster krijgen. Dat gaat heel wat gedoe opleveren.’ Vandaar dat op alle Britse scholen het curriculum elke week tot in detail hetzelfde is.

Lees hier het uitgebreide interview met Paul Rosenmöller.

 

Onderkant formulier

 

 

 

De baten van het Hoger Onderwijs terug aan ‘de 99%’

Bron | ECONOMIELINKS.

Geef het Hoger Onderwijs terug aan de 99%

Ja, het Hoger Onderwijs moet veranderen: het wordt publiekelijk gefinancierd, terwijl elites zich eraan verrijken. Maar in plaats van de kosten ervan te privatiseren kunnen we ook de baten ervan beter verdelen, een optie die consequent wordt genegeerd.

Oorspronkelijk op kritischestudenten.nl (28-3-2012)

‘He who benefits should pay’

Als gemiddelde belastingbetaler kun je je tegenwoordig afvragen of jouw bijdrage aan het hoger onderwijs nog wel terecht is. Als je een bakker bent, heb je dan zin om de opleiding van de volgende ‘intellectuele elite’ te subsidiëren? We hebben natuurlijk hoger opgeleiden nodig in onze samenleving, maar wie zegt dat jij dat allemaal moet betalen?

Boris van der Ham van D’66 zei ooit op een protestmanifestatie: “Een echte socialist is voor een sociaal leenstelsel. Laat de rijkere hoger opgeleiden zelf opdraaien voor de kosten van hun studie”. Inderdaad verdienen hoger opgeleiden gemiddeld 2x het inkomen van lager opgeleiden volgens het CBS, een ‘college wage gap’ die in vrijwel alle rijke landen gegroeid is de laatste decennia.

“Maar”, zegt links, “juist door die basisbeurs kan ook de bakkerszoon studeren”. Zo makkelijk is het nou ook weer niet: veel bakkerszonen worden gewoon bakkers, of metselaars, ook met de huidige basisbeurs. Dat weet de hardwerkende bakker ook. Studenten komen nog steeds uit gemiddeld hogere inkomensklassen, uit hoger opgeleide gezinnen.

En al die onderzoekssubsidies uit ons belastinggeld, zijn die nog te rechtvaardigen? Wanneer onderzoek toont dat weggooibekertjes duurzamer zijn dan het afwassen van normale mokken, dan blijkt het onderzoek in opdracht te zijn van ‘disposablesfabrikanten’. Wanneer onderzoek toont dat Nederland massaal aan de vaccins moet, dan blijkt het onderzocht te zijn door aandeelhouders van de vaccinindustrie. Deze voorbeelden zijn waarschijnlijk maar een topje van de ijsberg, toonden schrijvers Köbben en Tromp in De Onwelkome Boodschap al in 1999. Een sceptische houding over het nut van al deze gesubsidieerde wetenschap is heel gezond.

De overheid ziet inmiddels ook dat het vertrouwen in wetenschap daalt, en stelde deze maand een commissie in om te onderzoeken hoe dit vertrouwen hersteld kan worden.

Daarnaast verdienen for-profit ondernemingen miljarden aan winsten uit patenten die deels vanuit publiekelijk onderzoeksgeld ontwikkeld zijn. De farmaceutische industie, de software-industrie, de Bill Gates’ en Steve Jobs’ van deze planeet; allemaal gebruik(t)en ze technologie die ontwikkeld werd uit publiekelijk gefinancierd onderzoek.

Het antwoord hierop van veel politici en economen kan op het eerste gezicht logisch klinken: gezien de baten van onderwijs en onderzoek voor een groot deel privé zijn – de hogere inkomens van afgestudeerden, de winsten van Microsoft – moet de financiering ook geprivatiseerd worden.

‘He who benefits should pay’ gaf econoom Milton Friedman al in 1962 als argument voor overheidsleningen aan studenten, die ze terugbetalen wanneer ze meer beginnen te verdienen. Inmiddels wordt dit argument overal – van Chili tot Nederland – aangegrepen om hoger onderwijs duurder te maken voor studenten.

‘He who pays should benefit’

Zelden wordt het alternatief op tafel gelegd: een betere verdeling van de baten van hoger onderwijs en onderzoek volgens het principe ‘he who pays should benefit’. Het is geen natuurwet dat de baten van hoger onderwijs en onderzoek voor een groot deel vloeien naar een rijkere elite – de ‘1 procent’ in de termen van de Occupybeweging. Het is verre van utopisch om de baten ervan meer te laten vloeien naar ‘de 99 procent’. Hieronder wat ideeën uit verschillende hoeken.

Aaron Swartz, een 25 jarige internet activist uit de VS met een cultstatus, publiceerde in 2008 een “Guerrilla Open Access Manifesto” waarin hij activisten opriep om via burgerlijke ongehoorzaamheid terug te vechten tegen het private eigendom van academische informatie. “Het is tijd om ons te verzetten tegen deze private diefstal van onze publieke cultuur”, schreef hij (vrij vertaald). “We moeten wetenschappelijke journals downloaden en uploaden op file-sharing networks”. Hij haalde de New York Times toen hij in juli 2011 gearresteerd werd voor het downloaden van 4.8 miljoen wetenschappelijke artikelen van Jstor, een beheerder van academische journals.

Het is, zoals Swartz wou aantonen, inderdaad merkwaardig dat veel publiekelijk gefinancierde academische kennis alleen beschikbaar is tegen betaling bij private partijen zoals Jstor. Swartz is niet de enige die hier zo over denkt: er is inmiddels een ‘open access beweging’ aan het groeien die pleit voor vrije toegang tot wetenschappelijke kennis voor iedereen. Dit is één manier om wetenschap terug te geven aan de ’99 procent’.

De huidige manier waarop productie en distributie van wetenschappelijke kennis is georganiseerd wordt vanuit meerdere hoeken bekritiseerd. Econoom Dean Baker analyseerde het zorgstelsel van de Verenigde Staten en stelde dat een publiekelijk in plaats van privaat gefinancierde ontwikkeling van medicijnen de samenleving een megabezuiniging zou opleveren. Dat lijkt tegenstrijdig, want het klinkt als meer overheidsuitgaven, maar kan ons miljarden besparen.

Nu wordt onderzoek gefinancierd via patenten: investeringen in onderzoek door farmaceutische bedrijven worden teruggewonnen doordat zij via patenten een tijdlang het alleenrecht hebben op de verkoop van een nieuw product. Hierdoor hebben ze een prikkel om geld aan onderzoek te besteden, maar ook een middel om gigantische winsten binnen te harken – winsten die indirect uit belastinggeld betaald worden via publieke zorguitgaven.

Er zou slechts $30 miljard dollar nodig zijn om alle onderzoekskosten van de farmaceutische industrie in de VS publiekelijk te financieren volgens Baker, maar dat zou een besparing van meer dan $200 miljard dollar op kunnen leveren, omdat zonder patentmonopolies medicijnen veel goedkoper zouden zijn. Medicijnen zouden tegen kostprijs aangeboden kunnen worden. Dat is een besparing die uiteindelijk ook de ‘uit de pan rijzende zorgkosten’ op de overheidsbegroting zou drukken, een discussie die ook in Nederland actueel is.

De 99 procent is veel beter af bij publiekelijk gefinancierd, publiekelijk beheerde wetenschap, gratis toegankelijk voor de 99 procent, in plaats van publiekelijk gesubsidieerde, privaat beheerde wetenschap. Farmaceutische bedrijven, ook in Nederland en Europa, krijgen nog steeds veel verkapte vormen van subsidies: de overheid beschermt hun patenten en dus hun monopoliepositie. Hun personeel wordt opgeleid in het publiekelijk gefinancierd onderwijs en hun onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met publieke universiteiten. De 99 procent mag wel eens wat meer terug eisen voor die investeringen (en economen zouden wat meer aandacht aan deze mogelijkheden mogen besteden).

Daarnaast kan de ‘college wage gap’ net zo gemakkelijk verkleind worden als deze gecreëerd is, als er genoeg politieke wil voor is. Het feit dat hoger opgeleiden meer verdienen dan lager opgeleiden is eveneens geen natuurwet – en ook geen marktwet. Deze wage gap is niet zozeer een gevolg van een hoge productiviteit van hoger opgeleiden zegt ook econoom Ha-Joon Chang in 23 things they don’t tell you about capitalism; een duidelijke relatie tussen hoger onderwijs en productiviteit is moeilijk aan te tonen, aldus Chang. Het feit dat ‘de markt’ momenteel leidt tot deze inkomensverschillen is voor een groot deel een gevolg van de manier waarop deze markt is ontworpen en gereguleerd.

Hoger opgeleiden in de rijkere landen genieten nog steeds meer overheidsbescherming van competitie in hun arbeidsmarkt dan lager opgeleiden, legt Baker uit. Handels- en migratieverdragen, en zelfs het monetair beleid, pakt vaak voordeliger uit voor hoger opgeleiden dan lager opgeleiden in de rijkere landen. Het is verre van utopisch om een beleid te voeren dat de ‘college wage gap’ zou verkleinen, waardoor we voorkomen dat de baten van een diploma voor een groot deel door hoger opgeleiden zelf geconsumeerd worden.

Dan blijft nog de vraag: wat heeft de 99 procent eigenlijk aan hoger opgeleiden? Hoe stimuleren we hoger opgeleiden om hun kennis in te zetten op een sociale manier? In ieder geval niet zoals in de VS: momenteel vluchten veel hoger opgeleiden in de VS na hun studie linea recta naar dure advocatenkantoren en Wall Street, niet zozeer omdat daar hun passie ligt maar omdat ze een hoog salaris nodig hebben om hun gigantische studieschulden af te betalen, schrijft Stuart Tannock.

Voor afgestudeerde rechtenstudenten liggen de studieschulden inmiddels al boven de $80.000. In een peiling gaf tweederde van afgestudeerde rechtenstudenten aan dat hun hoge studieschuld een belangrijke reden is om af te zien van een carrière in ‘public interest law’ (oftewel het opkomen voor de ‘little man’, mensenrechten en arbeidersrechten, etcetera).


Amerikanen gaan tegenwoordig zelfs letterlijk over lijken om te kunnen studeren: de belangrijkste reden die soldaten geven om het leger in te gaan is de financiële steun voor het behalen van een diploma, schrijft Tannock.

Zelfs als bakkers en schoonmakers niet zelf het hoger onderwijs ingaan, heeft de 99 procent veel meer aan hoger opgeleiden zonder gigantische studieschulden. Zonder een drukkende studieschuld hebben afgestudeerden de keus om (lager betaalde) socialere werkzaamheden te verrichten na hun studie dan bijvoorbeeld (beter betaald) de financiële sector te versterken en rechtszaken te voeren voor de ’1 procent’ om hun schuld af te kunnen betalen. Als we de kosten van een studie blijven verhogen in Nederland krijgen we Amerikaanse toestanden en maken we ook van onze afgestudeerden competitieve carrièrejagers waar de 99 procent weinig aan heeft.

Daarnaast moeten we er natuurlijk voor zorgen dat de kinderen van bakkers en schoonmakers wel naar het hoger onderwijs kunnen. Dat doe je niet door slechts dezelfde toegangseisen te stellen voor iedereen en zelfs een volledig gratis hoger onderwijs zou gelijke toegankelijkheid niet garanderen. Iedereen moet ook een gelijke kans hebben om aan de toegangseisen te voldoen. Het basis en middelbaar onderwijs moet bijvoorbeeld van kwaliteit blijven, zodat niet alleen de ouders met een portemonnee voor huiswerkbegeleiding hun kinderen kunnen voorbereiden voor het hoger onderwijs.

oureducationsystem

Onderwijs bestaat niet in een vacuüm

Dit zijn maar een paar ideeën over hoe we de vruchten van het hoger onderwijs en onderzoek kunnen laten plukken door degenen die dit onderwijssysteem in stand houden. Dat het stelsel momenteel corrupte trekjes vertoont en een publieke financiering moeilijker goed te praten is, is nog geen argument voor het huidige beleid om de kosten ervan te privatiseren. Goed en toegankelijk onderwijs is niet alleen een recht, maar ook een essentieel orgaan van een samenleving om te overleven. Goed publiekelijk gedaan onderzoek is van minstens even groot belang. Dit zal nooit door een markt geleverd kunnen worden.

Alle bovenstaande ideeën voor verbetering zijn in feite relatief kleinschalige hervormingen. Als we verder willen denken over een onderwijsstelsel in dienst van ‘de 99 procent’, moeten we verder denken over wat voor samenleving we eigenlijk willen. Hoger onderwijs bestaat immers niet in een vacuüm, los van onze kapitalistische economie die daaromheen hangt, hebben bijvoorbeeld marxistische denkers duidelijk gemaakt. Ontwikkelingen in de samenleving geven vorm aan onderwijs en vice versa.

Over de meest ideale vorm van onderwijs moet daarom door zowel mensen uit het onderwijs zelf als mensen daarbuiten nagedacht worden. Willen we dat studenten slechts leren om deadlines te halen, orders op te volgen en competitief te zijn, of onderwijs waarin studenten (ook) leren samen te werken op een gelijkwaardige manier (zoals deze school in Mondragon, Baskenland)?

Voormalig directeur van Princeton University en econoom Harold Shapiro schreef dat de belangrijke functie van onderwijs is om tot een ‘welvarende en gelijke samenleving’ te komen. “We moeten bedenken wat voor personen, wat voor vaardigheden en wat voor doelen zo’n samenleving zouden karakteriseren”, zei Shapiro (vrij vertaald). ”Het is nadat we bedacht hebben wat onze doelen zijn als een samenleving dat we kunnen vragen wat voor soort onderwijs bijdraagt aan deze doelstellingen.”

Meer

De opinies die u gelezen moet hebben over het studentenprotest | Opinie | de Volkskrant

Bron | de Volkskrant.

 

2838563
Actievoerende studenten in het bezette Maagdenhuis © ANP

De opinies die u gelezen moet hebben over het studentenprotest

Overzicht Studenten die het Maagdenhuis bezetten en docenten van Rethink UvA demonstreren vanmiddag om vijf uur in Amsterdam voor meer democratie op de universiteit. Broodnodig of onzinnig? Zeven prikkelende opinies over het studentenprotest op een rij.

© ANP

Een van mijn medestudenten denkt dat Jan-Peter Balkenende nog steeds premier is

Juist de student denkt alleen aan rendement
Mels Landzaad is student economie en recht, Erasmus Universiteit
Gepubliceerd op 10 maart 2015

Juist de student zelf blinkt uit in rendementsdenken, betoogt Landzaad. De student denkt vooral: ‘Hoe haal ik het volgende tentamen met zo min mogelijk inspanning?’ Met deze mentaliteit gaan wij de concurrentieslag met Amerikaanse en vooral Aziatische studenten niet winnen, meent Landzaad. In plaats van te klagen over de kwaliteit van het onderwijs moeten studenten, als rendementsdenkers onder elkaar, ook naar zichzelf kijken.

Hoe het beter kan? ‘Universiteiten moeten studenten kunnen selecteren aan de poort. Zij dienen hogere eisen te stellen aan het niveau van zowel de in- als de uitstromende studenten. Maak lezen weer onontbeerlijk in plaats van optioneel. Maak tentamens weer open in plaats van multiple choice. Maak leraar weer het belangrijkste deel van het woord hoogleraar. Maak een einde aan genadezesjes bij scripties.’

© ANP

Beste studenten verdwijnen in afvoerputje arbeidsmarkt universiteit
Josien Arts, Anke Hendriks, Jeske Jongerius en Laura Vonk zijn lid van de Junior-docentenraad College Sociale Wetenschappen
Gepubliceerd op 11 maart 2015

Door flexibele medewerkers, eens de beste studenten, geen enkel perspectief te bieden, vernietigt de Universiteit van Amsterdam haar kapitaal, schrijft een groep junior-docenten (judo’s).

Omdat de vaste staf van de universiteit steeds meer tijd moet steken in publicaties en het binnenbrengen van onderzoeksgeld ontstaat er een gat bij het organiseren van onderwijs. Dat gat wordt opgevuld door niet-gepromoveerde judo’s: hardwerkende afgestudeerde mensen die lekker goedkoop zijn en weinig rechten hebben. ‘Zelfs binnen het rendementsdenken, dat nu zo hevig bekritiseerd wordt in de protesten rondom het Maagdenhuis, is dit systeem irrationeel. Waardevolle kennis en vaardigheden worden verspild doordat ervaren judo’s telkens worden vervangen door nieuwe.’

Gelukkig lijkt het tij ook in Den Haag te keren en die kansen moeten we grijpen

Een linkse lente in het onderwijs
Jesse Klaver (Tweede Kamerlid GroenLinks) en professor Ruard Ganzevoort (Eerste Kamerlid GroenLinks)
Gepubliceerd op 27 februari 2015

Het verzet van de studenten raakt aan een veel dieper en breed gevoeld onbehagen, schrijven Jesse Klaver en professor Ruard Ganzevoort. ‘Het gaat over de vraag van wie onze samenleving eigenlijk is. Zijn universiteiten van ons allemaal, of zijn ze het eigendom van de baasjes?’

Met dit economisch denken in het onderwijs wordt de universiteit een koekjesfabriek. ‘Alles draait om productie. Studenten komen binnen als grondstoffen die zo snel mogelijk gekneed en gebakken worden voor de markt. Onderzoek moet vooral nuttig en relevant zijn.’

In plaats van zich tegen de studenten te keren zouden universiteiten zich bij de studenten aan moeten sluiten en een sterke boodschap aan Den Haag moeten sturen. ‘We zijn het zat dat dat het geld regeert en we willen terug naar de menselijkheid, kleinschaligheid en de waarde van alles wat niet direct nuttig te maken is. Het Maagdenhuis van 2015 vraagt om een linkse lente in het onderwijs.’

© ANP

Er zijn straks geen wetenschappers meer die ons kunnen uitleggen hoe er in de rest van de wereld wordt gedacht
Otto Boele en Egbert Fortuin zijn universitair hoofddocent aan Universiteit Leiden in resp. Russische letter-en taalkunde. Jos Schaeken is hoogleraar Slavische talen en dean van Leiden University College The Hague
Gepubliceerd op 5 maart 2015

‘Als er niemand meer een Russische krant kan lezen, is dat slecht voor onze veiligheid. Als niemand meer een Hongaars boek kan vertalen, is dat slecht voor onze cultuur. Als niemand meer weet hoe Polen in elkaar zit, is dat slecht voor onze handel.’ In een opiniestuk schetsen drie universitair hoofddocenten de gevolgen van het afschaffen van specialistische talenstudies. ‘Hoeveel miljard laat de BV Nederland jaarlijks niet liggen door een gebrek aan hoog opgeleide regiospecialisten die de taal van het land ook daadwerkelijk spreken?’

Minister Bussemaker weet dat de universiteiten met steeds minder geld per student steeds meer studenten moeten bedienen, schrijven ze. ‘Is er op haar ministerie voldoende besef dat de universitaire bestuurders als gevolg daarvan vaak de meest kwetsbare opleidingen opofferen, ongeacht de wetenschappelijke en maatschappelijke gevolgen?’

Ze hebben een boodschap aan de minister: ‘Laat u goed informeren over de werkelijke toestand bij de talenstudies en grijp in voordat het te laat is.’

© ANP

Het meest waardevolle ‘product’ van de universiteit laat zich niet meten
Rens van Tilburg is econoom
Gepubliceerd op 11 maart 2015

In zijn column beschrijft Rens van Tilburg de diepere wonden die het rendementsdenken slaat. ‘Publieke functies zijn vaak een roeping, getuige de lage salarissen waarmee genoegen wordt genomen. Met wantrouwen bejegend worden door minder deskundige maar beter betaalde managers vreet dan aan de motivatie.’

Het meest waardevolle ‘product’ van de universiteit laat zich juist niet meten. ‘Onderzoek moet juist dat opleveren wat nog niemand kent. Het hoger onderwijs studenten die de vernieuwing van de samenleving vorm kunnen geven. Naast toetsbare kennis van het bestaande vereist dat bij studenten vooral een nieuwsgierige en gedreven houding. Of dat vuur is ontstoken, zal pas jaren later blijken.’

Richt je je op rendement, dan krijg je niet het meest vernieuwende onderzoek of de meest inspirerende docenten, nee, dan gaat het geld naar diegenen die precies leveren wat je meet. ‘Je krijgt onderzoek waarvan van tevoren bekend is dat er net genoeg uit zal komen voor een publicatie, studenten die keurig rijtjes weten op te dreunen.’

De universiteit stelt van bovenaf wat papieren eisen, en als student moet je door wat hoepels springen

‘Bul moet meer zijn dan een veterstrik-diploma’
Pro/ Contra Meindert Fennema versus Rutger Bregman
Gepubliceerd op 4 maart 2015

Volgens Meindert Fennema, emeritus hoogleraar en columnist van TPO, moet alles nog efficiënter. ‘Talenstudies waar je met drie mensen twee studenten onderwijst, moet je afschaffen.’ Volgens Fennema heb je de morele verplichting om binnen afzienbare tijd af te studeren en hard te werken. ‘Je leeft op kosten van de samenleving. Dat geldt ook voor docenten. Als mensen niet willen werken, moet je niet op de universiteit zitten. Er zijn veel hangjongeren, laat ze daar tussen gaan zitten.’

Volgens Rutger Bregman, journalist bij de Correspondent, gaat dit soort denken gepaard met de uitholling van het onderwijs. ‘Het meest ironische is dat de fixatie op het rendement uiteindelijk helemaal geen rendement oplevert. We leveren steeds legere pakketjes menselijk kapitaal af op de arbeidsmarkt. Het niveau gaat omlaag.’ Volgens Bregman is de universiteit niet meer wat het vroeger was. ‘De universiteit is de fabriek en de student is consument en product tegelijk. De universiteit stelt van bovenaf wat papieren eisen, en als student moet je door wat hoepels springen. Als je dat hebt gedaan, krijg je een gestandaardiseerd lintje. Maar een bul zou veel meer moeten zijn dan een veterstrik-diploma.’

© ANP

Bezetting bevordert teloorgang universiteit
Annelot Prins is masterstudent literary studies en comparative cultural analysis aan de UvA
Gepubliceerd op 19 februari 2015

De Universiteit van Amsterdam wordt nu onheus bejegend en verantwoordelijk gesteld voor landelijke en internationale problemen binnen de academische wereld waar zij evenveel slachtoffer als dader van is, stelt Annelot Prins. ‘Ondertussen zien toekomstige studenten een chaotische en verdeelde universiteit waar meer tijd wordt besteed aan relschoppen dan aan onderwijs en wetenschap. Zij die denken de UvA te redden met deze actie hebben meegewerkt aan de verdere teloorgang van de academie.’