Het eindexamen heeft zijn beste tijd gehad

Bron – TROUW

Het eindexamen heeft zijn beste tijd gehad

 

Marijke de Vries − 10/05/15, 13:03

 

© anp. Leerlingen tijdens het examen VWO Nederlands in 2014.

 

 

Tweehonderdduizend leerlingen buigen zich vanaf morgen over hun eindexamens. Is het examen de beste manier om te bepalen of ze een diploma verdienen? Zes redenen om daar eens goed over na te denken.


 

  • Tijdens het laatste schooljaar besteden ook leraren bovenmatig veel tijd aan hóe je een eindexamen maakt

 

De gymzaalvloeren zijn weer bedekt met stroken tapijt, de trampolines en valmatten staan de komende drie weken werkloos in de berging. Vanaf morgen zijn de sportzalen van middelbare scholen weer het toneel van de eindexamens. Zo’n tweehonderdduizend leerlingen werken zich dan in het zweet om hun diploma te veroveren, aan tafeltjes die met wiskundige precisie door de conciërge in rijen zijn geplaatst. Op ieder tafelblad een potlood, twee pennen en hier en daar een meegebrachte banaan of blikje energydrink om scherp te blijven.

Deze weken komt het erop aan. Het is een rite de passage. Nog één keer buigen ze zich drie uur lang over Franse teksten, een reeks wiskundeopgaven of de vertaling van Cicero en dan nooit meer – hopen ze. Fonds Psychische Gezondheid en hulplijn Korrelatie geven dit jaar zelfs tips tegen examenstress: “Denk positief, ga op tijd naar bed, sta jezelf toe om je zenuwen te voelen, drink zo min mogelijk koffie en thee”. Ook ouders kunnen helpen om een van de spannendste periodes in het leven van hun kind draaglijk te maken. Een greep uit de tips: vraag niet overdreven veel hoe het gaat, probeer ‘een oase van rust’ te creëren in huis, kook lekker, maak het bed op, vertroetel uw kind.

Vanwaar al die heisa? Waarom hechten we zoveel waarde aan de examens? Zijn ze nog wel van deze tijd? Zes redenen om het centraal eindexamen af te schaffen.

1. Eindexamens gaan ten koste van leren en onderwijs
Doordat iedereen hetzelfde eindexamen maakt, weet de samenleving waar ze aan toe is, zeggen voorstanders. Ze geven leerlingen, ouders, vervolgopleidingen en werkgevers zekerheid over wat er is geleerd. Dat wordt het ‘civiel effect’ van het diploma genoemd: wat je met welk diploma kán, is precies vastgelegd. Maar is dat wel zo?

Ieder jaar beklagen leraren zich erover: van die leerlingen die het hele jaar niets hebben uitgevoerd, maar in de meivakantie door hun ouders op examentraining worden gestuurd en van alle vijfjes en zes-minnen een voldoende weten te maken tijdens de eindexamens. Dus kan de tas aan de stok en de vlag uitgehangen. Maar wat zegt dat?

Tijdens het laatste schooljaar besteden ook leraren bovenmatig veel tijd aan hóe je een eindexamen maakt: doe niet te lang over een vraag die maar één punt oplevert, geef bij een driepuntsvraag niet slechts twee argumenten, herhaal in je antwoord woorden die in de vraag voorkomen. De steeds populairdere examentrainingen doen dat nog eens dunnetjes over. Het is teaching to the test: onderwijs dat niet gericht is op de inhoud, maar op het slagen voor het examen.

 

  • © Gemma Pauwels.

 

  • We toetsen alleen wat makkelijk te toetsen is

 

“Hoe wij toetsen is heel bepalend voor de inspanningen van leerlingen en voor wat leraren in hun les doen”, zegt hoogleraar onderwijskunde Rob Martens. “Toetsen of examens zijn dan geen middel om te controleren of een leerling iets al beheerst, maar worden een doel op zich dat behaald moet worden.”

Door de focus op de eindexamens verworden de minimumnormen tot maximuminspanning, meent hij. “Wij zijn gewend geraakt aan een systeem waarin je leert uit angst voor een onvoldoende.” Leerlingen blokken om hun examen te halen, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in wat ze leren. Is dit voor een cijfer? Moet ik dit weten voor het examen? “Onderwijsvernieuwers als Maria Montessori en Francisco Ferrer riepen het begin vorige eeuw al: toetsen leidt af van het echte leren.”

2. Eindexamens meten hoogstens een klein deel van wat we willen dat ze meten
In de eindexamens komt heel veel niet aan bod, zoals de persoonlijke en sociale ontwikkeling van een leerling. We toetsen alleen wat makkelijk te toetsen is, zegt Martens. “Het Centraal Planbureau schreef eerder dit jaar nog: als je alleen cognitief toetst, ga je voorbij aan factoren die veel bepalender zijn voor succes in het vervolgonderwijs en je loopbaan. Daarvoor zijn vooral doorzettingsvermogen, motivatie en inzet bepalend.” In het beste geval meten eindexamens een klein deel van wat we willen dat ze meten.

Volgens critici zijn de eindexamens er niet zozeer voor de leerlingen, maar zijn ze vooral een controle op de kwaliteit van scholen: leren hun leerlingen daar wel genoeg? Maken ze er geen potje van? Dat leidt tot ongewenst strategisch gedrag, zegt Martens. Scholen organiseren in hun eigen lestijd examentrainingen, of laten leerlingen in 4-havo zitten van wie zij vrezen dat ze het misschien niet gaan redden.

En door de nadruk die scholen en ouders leggen op het halen van het examen zitten ouders in de zenuwen en gebruiken leerlingen middeltjes om hun zenuwen te onderdrukken. Je kunt je afvragen of het halen van het eindexamen bewijst dat je de stof beheerst of vooral dat je kunt omgaan met stress.

 

  • In de hele maatschappij draait het steeds meer om persoonlijke keuzes. Het onderwijs is conservatief, maar zal daar ook aan moeten geloven

 

Onthutsender is dat een ruime meerderheid van de leerlingen weliswaar slaagt voor het eindexamen, maar dat een derde tot de helft het jaar erop met zijn vervolgstudie stopt of van opleiding wisselt. “Dan kun je toch moeilijk volhouden dat leerlingen goed zijn voorbereid en getoetst”, zegt onderwijsadviseur en voormalig informaticadocent Bob Hofman. “Dan heeft het onderwijs jongeren niet geholpen hun talenten te ontdekken en de juiste keuze te maken.”

3. In het onderwijs is steeds meer ruimte voor maatwerk, maar niet bij de eindexamens
Het huidige systeem met één centraal toetsmoment is inflexibel, zegt Mark de Ruijter-Groenewold, leraar natuur- en scheikunde op scholengemeenschap Stad & Esch in Meppel. “Het systeem zit leerlingen in de weg. Als de eindexamens er echt op gericht waren om de leerling te bedienen, dan zou het er anders uitzien.”

Eén voorbeeld: waarom is het zo lastig om vakken waar je goed in bent op vwo-niveau te volgen en je mindere vakken op havo- of vmbo-niveau? Dat kan soms wel, maar leerlingen die dat doen, krijgen aan het eind van de rit het diploma dat hoort bij de vakken van hun laagste niveau.

“In de hele maatschappij draait het steeds meer om persoonlijke keuzes”, zegt Martens. “Het onderwijs is conservatief, maar zal daar ook aan moeten geloven.” De groeiende behoefte aan maatwerk valt volgens hem niet te rijmen met het centraal eindexamen. Iedere leerling is uniek, maar aan het eind van het liedje wordt iedereen door dezelfde mal geperst. Allemaal moeten ze op hetzelfde moment op hetzelfde tijdstip onder vrijwel dezelfde omstandigheden dezelfde toets maken. Hoogstens krijgt een leerling met dyslexie, dyscalculie of een handicap een half uurtje extra tijd.

“Het onderwijs vervreemdt zich van de veranderde wereld om ons heen”, zegt Bob Hofman. “Het model dat we nu hebben met cohorten leerlingen die we langs dezelfde lat houden, past bij de tijd van de industriële revolutie, maar niet bij wat kinderen nodig hebben om zich in deze tijd optimaal te ontwikkelen.”

 

  • © ANP.

 

  • Wie een havo-diploma haalt, is klaar voor het hbo, met een vwo-diploma kun je naar de universiteit. Maar die vlieger gaat steeds minder vaak op

 

Alternatieven zijn er intussen genoeg, stelt Martens. Door slimme technologieën en digitale leermiddelen zouden de eindexamens weleens sneller dan we denken overbodig kunnen worden, meent hij. “Er zijn nu al allerlei applicaties die de voortgang van een kind meten als het oefeningen maakt, zonder dat de leerling dat doorheeft.”

Zulke systemen houden de vorderingen van leerlingen automatisch bij en zouden weleens nauwkeuriger kunnen meten wat een leerling kan en weet dan één enkel eindexamen.

4. Het diploma verliest sowieso aan betekenis
Leerlingen, bedrijven en vervolgonderwijs moeten ervan kunnen uitgaan dat een diploma gehaald in Limburg van hetzelfde niveau is als in Groningen, voert de Onderwijsraad aan als argument vóór de centrale eindexamens. Maar hoe belangrijk is dat?

Een schooldiploma is vaak geen eindstation, leerlingen plakken er bijna altijd nog een mbo-, hbo- of wo-opleiding aan vast. Wie een havo-diploma haalt, is klaar voor het hbo, met een vwo-diploma kun je naar de universiteit. Maar die vlieger gaat steeds minder vaak op. In het hoger onderwijs worden aankomend studenten steeds vaker (decentraal, door universiteit of hogeschool zelf) geselecteerd.

Vanaf 2017 is zelfs een acht als gemiddeld eindcijfer niet meer genoeg om rechtstreeks toegelaten te worden tot opleidingen met een numerus fixus, zoals geneeskunde, fysiotherapie en mondzorgkunde. Loting wordt dan afgeschaft en aankomend studenten moeten in een assessment bewijzen dat zij niet alleen over de juiste kennis, maar ook over de benodigde vaardigheden en het juiste karakter beschikken om dokter of fysiotherapeut te worden.

Ben je sociaal, een doorzetter, nauwkeurig? Zaken die niet aan de orde komen in het eindexamen. Het hoger onderwijs ondermijnt daarmee het civiel effect van het diploma en dus van de hele examenmachine die eraan ten grondslag ligt.

 

  • In Nederland sturen jullie het onderwijs aan met toetsen, wij in Vlaanderen geven sturing via doelstellingen

 

5. Vlaanderen kan ook zonder
Dat het ook zonder eindexamens kan, bewijst Vlaanderen. Daar worden examens gewoon door de leraar zelf gemaakt. In Vlaanderen, dat in internationale onderwijsvergelijkingen prima scoort, stelt het ministerie van onderwijs slechts minimumeisen aan wat leerlingen aan het eind van het voortgezet onderwijs moeten beheersen. Het toetsen daarvan in het laatste schooljaar wordt aan de leraar overgelaten. Niveauverschillen worden voorkomen doordat de onderwijsinspectie de kwaliteit van de schoolexamens nauwkeurig bekijkt bij het beoordelen van een school.

Het belangrijkste verschil met het Nederlandse model? “In Vlaanderen vertrouwen we de leraar”, zegt Roger Standaert, emeritus hoogleraar vergelijkende pedagogiek aan de Universiteit Gent en voormalig topambtenaar op het Vlaamse ministerie van onderwijs. “In Nederland sturen jullie het onderwijs aan met toetsen, wij in Vlaanderen geven sturing via doelstellingen. Dat is een groot verschil. Wij zijn niet tegen toetsen, maar we geven ze in handen van de leraar. Die is een professional en hij kent zijn leerlingen het best.”

Juist de docent kan de resultaten van een leerling in hun context plaatsen volgens Standaert. “Hij kent hun achtergrond, vooruitgang en talenten en kan dus bepalen of een leerling zijn diploma verdient en klaar is voor het vervolgonderwijs. Daarover denken jullie in Nederland anders: die leraar zal wel subjectief zijn. Dat is ook zo. Maar een leerling is niet zomaar te vatten in een momentopname en in een cijfer.”

Bovendien, zegt Standaert, die subjectiviteit heb je ook met een centraal eindexamen. “Het enige dat je dan zeker weet, is dat elke leerling dezelfde toets maakt. Maar had een ander instituut die test gemaakt, dan was het een andere toets geworden. Die toets is immers een versie van een interpretatie van de doelstellingen die het examen moet meten.”

Schoolexamens worden in Vlaanderen in principe gezamenlijk door vakleerkrachten van een school gemaakt. Het is uiteindelijk de ‘klasseraad’, de groep van leraren die lesgeeft aan een leerling, die besluit of een leerling slaagt. “Dat vinden wij een meer humane benadering”, zegt Standaert. “Zij kijken zeer ernstig of een leerling klaar is voor het vervolgonderwijs. En wij sparen een massa geld uit door dat niet uit te besteden aan een aparte instantie.”

6. Eindexamens druisen in tegen vrijheid van onderwijs
Centraal toetsen veronderstelt dat de doelstellingen van onderwijs overal hetzelfde zijn. Maar in Nederland kennen we nou juist de vrijheid van onderwijs. Het zou dus logischer zijn om leerlingen te toetsen op een manier die voortvloeit uit de pedagogisch-didactische visie van de school en niet met een landelijk, uniform examen.

“Als je de Grondwet serieus neemt, zou dat in ieder geval moeten gelden voor het bijzonder onderwijs”, zegt hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen. “Maar de Nederlandse politiek redeneert dat er vrijheid van onderwijs is, op voorwaarde dat die autonome scholen precies doen wat zij bedacht heeft.”

In de Grondwet staat wel dat het onderwijs aan bepaalde ‘deugdelijkheideisen’ moet voldoen, maar de invulling daarvan is de afgelopen decennia telkens opgerekt.

Te ver, stelt Frissen. “De fundamentele vraag is: van wie is het onderwijs? Als je vindt dat het onderwijs van de burger is, dan accepteer je dat er een grote variëteit aan onderwijs en toetsen bestaat en dat scholen veel vrijheid en autonomie hebben.”

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s