Geen plek voor ‘one size fits all’ maar maatwerkonderwijs

Source: Geen plek voor ‘one size fits all’ – Trouw – Blendle

Geen plek voor ‘one size fits all’

De roep om maatwerkonderwijs vraagt om een ander type leraar. Op het teachers college kunnen studenten in vier jaar tijd een lerarendiploma voor basis- en voortgezet onderwijs halen.

MARIJKE DE VRIES

Hoe was het op school? Ouders van pubers weten dat op die vraag meestal geen antwoord komt, of wat vernietigend gebrom: de les was saai, de leraar een sukkel. Waarna de tiener naar zijn slaapkamer verdwijnt.

Bart Jan Wolters, teamleider van de opleidingen tot basisschoolleerkracht van Hogeschool Windesheim, is ervaringsdeskundige, als vader van een puberende tweeling. Zijn zoons zijn ‘helemaal klaar met school, er echt op afgeknapt’, zegt Wolters. Ze zitten hun tijd naar het examen uit, daarna begint het echte leven.

Kleine kans dat zulke scholieren later zelf leraar willen worden. Begrijpelijk, maar doodzonde, vindt Wolters. Als hij eerlijk is, kan hij zijn zoons geen ongelijk geven. “Het onderwijs heeft weinig oog voor de daadwerkelijke talenten van leerlingen.” Maar áls je dat wilt veranderen – en de roep om maatwerk klinkt steeds luider – heb je een ander type leraar nodig, menen Wolters en zijn docententeam.

In september openden daarom de deuren van het ‘teachers college’ bij Windesheim Flevoland in Almere.Vijftien studenten die samen met hun docenten een lerarenopleiding voor het onderwijs van de toekomst ontwikkelen.

In vier jaar tijd kunnen studenten er zowel een lerarendiploma voor het basisonderwijs als voor een vak in het voortgezet onderwijs halen. Vanaf de start lopen ze twee dagen per week stage, één dag in het basisonderwijs en één in het voortgezet onderwijs. De eerste anderhalf jaar van de studie is gericht op oriëntatie op het docentenvak en algemene en persoonlijke ontwikkeling. Naast pedagogiek en didactiek krijgen studenten de vakken sciences, social sciences en languages. Daarna begint de specialisatiefase en maken studenten de keus of zij een pabo-diploma, een tweedegraadsbevoegdheid, of beide willen halen.

De opleiding is voor ‘het type student dat graag buiten de paadjes loopt’, zegt teamleider Wolters. Jonge mensen die zich op school stierlijk verveelden of onbegrepen voelden, en daarom het onderwijs willen veranderen. Want die zijn er tot zijn vreugde wel.

Tessa Vreedenburgh (20) bijvoorbeeld. “Op de havo had ik er een hekel aan dat je hele persoon leek af te hangen van de cijfers die je haalde”, zegt ze. “Het onderwijs moet geen nummers creëren, maar personen vormen.”

Geen doorsnee

De vijftien studenten van het teachers college vormen bepaald geen doorsneegezelschap voor een lerarenopleiding. Zo zijn de jongens er in de meerderheid: tien mannen op vijf vrouwen, op de reguliere pabo is een op de vijf studenten man. Ook lopen de leeftijden flink uiteen: de benjamins van de groep zijn 17, de oudsten 26. Sharmaine Benkaddour-van der Graaf (24) heeft bijvoorbeeld al een mbo-bloemistendiploma op zak. Vorig jaar brak ze de lerarenopleiding Spaans af (‘het lesgeven vond ik leuk, de taal minder’). Daniel Kolpa (17) daarentegen komt net van de havo. Terwijl Rebecca Posthuma (26) na het gymnasium werkte als grondstewardess, een tijdje rechten studeerde en uiteindelijk een universitair diploma Engelse taal en cultuur haalde, voor ze bij het teachers college in Almere terechtkwam.

Als ze straks afstuderen mogen zij zich ‘teacher artist’ noemen. Dat klinkt misschien pretentieus, maar directeur Bert Meijer is serieus wanneer hij zijn studenten vergelijkt met die van de kunstacademie. “Een goede docent is niet eenvormig, een goede docent is bevlogen. Net als op de kunstacademie kijken wij: waar zit de drive, waar ligt het hart? Je hoeft als leraar niet iedereen te boeien, maar je moet passie hebben. De leraar van de toekomst moet creatief zijn.” Studenten maken daarom geen tentamens maar portfolio-opdrachten, vertelt hogeschoolhoofddocent Ingrid Paalman. “Het gaat ons om waar de student staat, wat hij nog moet leren, en hoe we hem begeleiden. Het uitgangspunt is: Wie ben jij als leraar, wat voeg jij toe als docent, wat bied jij je leerlingen?”

Daarom wordt er ook veel gedebatteerd en gediscussieerd. Bijvoorbeeld tijdens de wekelijkse krantenlunch, die dit keer over het belang van ‘programmeren’ gaat. Op tafel liggen wikkels van broodjes en laptops, maar is geen krant te bekennen. Daniel leest met volle mond vanaf zijn smartphone voor uit een van de drie artikelen die hij las. Samengevat: er is behoefte aan mensen in de ict, dus moeten leerlingen op school leren programmeren.

“Ik las ook over ‘klaarstomen voor de toekomst'”, haakt Sharmaine in. “Dan stuur je kinderen wel erg. Dat geeft mij een bijsmaak van gedwongen arbeid.” Op de site van de Britse krant The Guardian zag ze filmpjes met ‘leuke werkvormen’. “Daardoor kreeg ik wel een ander beeld, programmeren is toegankelijker dan ik dacht.”

Docent Maaike Kenter probeert verdieping aan te brengen in het gesprek. “Programmeren is straks net zo basaal als lezen, stellen sommige artikelen. Wat denken jullie daarvan?” Techniek is een steeds groter onderdeel van het bestaan, reageert Jeffrey Boertien. Rebecca denkt dat het voor kinderen misschien wel makkelijker te leren is dan voor volwassenen. “Zij pikken zaken veel sneller op, zijn creatiever.”

Passie

De discussie meandert verder, over de snelle ontwikkeling van de techniek, over het stimuleren van de talenten van leerlingen. Soms van de hak op de tak.

Maar dat is niet erg, zegt Harry Frantzen, directeur van alle educatieve opleidingen van Windesheim. “Dit soort debatten is een eerste verkenning van het denken over bepaalde thema’s. Daarbij leren studenten elkaar aan te spreken als docent. Ik vind het mooi om hun passie te zien.” Dat past bij wat hij de ‘nieuwe docent’ noemt: een mondige leraar die weet wat er in de wereld gebeurt.

Met het dubbele diploma dat studenten kunnen halen, wil de opleiding nog een ander probleem aanpakken: de kloof tussen basis- en voortgezet onderwijs. “Er zitten maar zes weken vakantie tussen, maar het is een wereld van verschil”, zegt decaan Bert Meijer. “Op de pabo is veel aandacht voor pedagogiek en didactiek, terwijl aankomend docenten voortgezet onderwijs erg gesocialiseerd worden in een specifiek schoolvak. Wij willen dat samenbrengen.”

Meijer wijst op het groeiend aantal initiatieven van junior- of tienercolleges voor leerlingen van 9 tot 14 jaar dat die overgang moet versoepelen. “Onze afgestudeerden zijn straks perfect toegerust voor onderwijs aan deze groep.” Mooie bijkomstigheid is dat het hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot, denkt hij.

Zijn de ambities in Almere niet erg groot? Is het niet veel gevraagd van studenten om in vier jaar uit te groeien tot een gepassioneerde, zelfbewuste superleraar met twee diploma’s? Nu al wordt er geklaagd dat beginnende leraren niet compleet genoeg zijn opgeleid om aan alle verwachtingen te voldoen.

Frantzen is optimistisch. “Deze studenten zijn al veel volwassener dan elders”, signaleert hij. “Ze werken hard, pakken hun rol. Het is indrukwekkend wat zij al voor elkaar krijgen.”

Soms lopen studenten wat te hard van stapel of overschatten ze wat ze al kunnen en weten, vertelt hoofddocent Paalman. “Ze willen alles veranderen, en ontdekken dan dat zaken niet voor niets op een bepaalde manier geregeld zijn. Of ze hebben de mond vol van differentiëren, tot ze zelf een hele dag voor een groep staan. Dat is heel leerzaam. Ze mogen meepraten over de inhoud van hun onderwijs – wij willen niet alleen maar zenden – maar dat betekent ook dat ze in actie moeten komen.”

Dat is flink aanpoten voor ze, zegt Paalman. Op verzoek van de studenten zijn er het eerste half jaar extra reken- en taalinstructies ingelast in het programma. “Maar verder verwachten wij dat ze dat vanaf nu zelf doen.”

Het is een kwestie van uitproberen, zegt ze, ook voor de docenten: wat werkt, wat niet? “Wij zijn het systeem aan het oprekken. We moeten en willen voldoen aan alle eisen van het lerarendiploma, studenten moeten straks gewoon goed kunnen lesgeven. Maar ze hebben ook meer ambities.” Glimlachend: “Als docenten zijn wij ook gepersonaliseerd aan het leren.”

Academische pabo

Sinds 2008 kunnen studenten op zes plekken een academische pabo-opleiding volgen. Daar halen zij een regulier pabo-diploma, plus een universitair bachelordiploma pedagogiek of onderwijskunde. De opleidingen ontstonden door een vraag in het basisonderwijs naar leerkrachten met een academisch denk- en werkniveau.

Het teachers college in Almere, in september met één klas gestart, is anders, zegt Harry Frantzen, directeur van alle educatieve opleidingen van Windesheim. De studenten halen twee hbo-diploma’s: een pabo-diploma en een tweedegraadsbevoegdheid voor een middelbare schoolvak. Het nieuwe studiejaar krijgt Windesheim in Zwolle ook een teachers college.

Op de academische pabo zijn vrouwelijke studenten in de meerderheid, op het teachers college de mannen. Frantzen: “Kort door de bocht: meisjes houden van structuur, vakken, overzicht. Jongens zijn vrijer, avontuurlijker.”

Beide opleidingen kennen toelatingseisen: voor het teachers college moet een student een vwo-diploma hebben of aantonen het vereiste denkniveau te beheersen.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s