Hoe maak je onderwijs geweldig?

Als de politieke partijen echt moed zouden hebben, investeren ze eerst in leraren, en niet in modieus onderwijsbeleid.

Source: Het Financieele Dagblad

Vier stappen die onderwijs geweldig maken (en vijf die niet werken)

  • Jaap Versfelt – 20 maart 2016

Illustratie: Wijtze Valkema voor het FD
Illustratie: Wijtze Valkema voor het FD

Op dit moment zijn politieke partijen bezig met het ontwikkelen van verkiezingsprogramma’s, inclusief een paragraaf over onderwijs. Het is dan heel verleidelijk om hier beloftes in op te nemen die populair zijn onder de kiezers, zoals kleinere klassen, meer geld voor onderwijs, investeren in ICT, etc. Dat trekt hopelijk stemmen. Maar leidt dit ook tot beter onderwijs? Helaas: nee. In dit verhaal zet ik op een rijtje wat bewezen werkt, en wat bewezen niet werkt. Politici kunnen hiermee hun verkiezingsprogramma’s aanscherpen (tenminste, als zij het belang van de leerling voorop zetten) en kiezers kunnen deze lijst gebruiken om te bepalen welke partijen écht voor beter onderwijs kiezen.

Er zijn drie bronnen die ik gebruik in dit verhaal: onderzoeken van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), de ‘effectlijst’ van onderwijsonderzoeker John Hattie en het McKinsey-rapport over beter onderwijs uit 2010. Ik begin met wat niet werkt, en sluit af met wat wel werkt.

Dit voorstel werd gepost op LinkedIn op 15 februari 2016
7,342 views
136 likes
22 comments

Wat werkt niet?

Er zijn vijf populaire maatregelen die aantoonbaar niet werken: kleinere klassen, meer geld, meer ICT, het aanpakken van leraren en zwakkere leerlingen buiten de klas houden.

1

Kleinere klassen
Klinkt logisch toch? Met een kleinere klas heb je meer aandacht voor de individuele leerling. Toch blijkt uit het onderzoek van Hattie dat ‘class size’ op plaats 106 staat van 138 verschillende interventies die leiden tot beter onderwijs. Er zijn dus 105 (!) andere interventies die je kunt plegen op school die een groter effect hebben op de kwaliteit van onderwijs dan het kleiner maken van klassen. Pas als je al die andere maatregelen hebt genomen heeft het zin om geld uit te geven aan kleinere klassen.

2

Meer geld naar onderwijs
Die lijkt helemaal duidelijk: als je er meer geld aan uitgeeft, dan wordt het toch beter? Nee dus. Uit McKinsey-onderzoek blijkt dat geld er niet toe doet. Voor het geld dat wij in Nederland uitgeven aan onderwijs krijg je in Ontario veel beter onderwijs. Ons onderwijs is weer beter dan dat in de VS, waar ze de helft meer aan onderwijs uitgeven. Terwijl ze in Polen maar de helft uitgeven van wat wij in Nederland doen, en daar even goed onderwijs hebben. Kortom, het gaat er niet om hoeveel geld je uitgeeft, maar wat je met dat geld doet.

3

Investeren in ICT
Nog een mooie: investeren in ICT. Klinkt ook logisch: sector na sector wordt op zijn kop gezet door bedrijven als Uber en Airbnb, die met behulp van ICT bestaande spelers links en rechts voorbij snellen. De OESO, jarenlang een warm voorstander van meer ICT in het onderwijs, concludeerde echter dat er een negatief verband is tussen de inzet van meer inzet van ICT in het onderwijs en PISA-resultaten op rekenen. Hun conclusie: technologie kan geweldige leraren nog beter maken, maar matig onderwijs niet vervangen. Kortom, eerst investeren in betere leraren, dan pas in technologie.

4

Stevig aanpakken die leraren!
Een populair idee is dat als leraren niet willen luisteren, ze maar moeten voelen. Door te meten of scholen wel een bepaalde prestatie halen en — zo niet — ze daar stevig op aan te spreken. Alleen: analyse van McKinsey laat zien dat dergelijke ‘standardized assessments’ vooral relevant zijn als je de stap van slecht naar goed onderwijs wil maken. Bij landen als Nederland, die de stap van goed naar geweldig willen maken, zijn juist ‘self evaluations’ door leraren veel belangrijker.

5

Beperk de instroom van zwakkere kinderen.
De kwaliteit van het Nederlands onderwijs staat onder druk door de instroom van kinderen uit landen met een slechter schoolsysteem. Klinkt logisch? Laten we er Hattie nog eens op naslaan. In zijn overzicht van interventies in de kwaliteit van onderwijs staan 30 (!) maatregelen die meer impact hebben op het onderwijsresultaat dan de achtergrond van het kind. Kortom, het is wát je op school doet wat belangrijk is, niet waar het kind geboren is.

Wat werkt wel?

We weten nu wat allemaal niet werkt en dat is hoogst teleurstellend, want met elk van bovenstaande punten kun je scoren. Maar wat werkt dan wel? Het goede nieuws is dat al jaren bekend is wat wel werkt. Het slechte nieuws is, is dat dit hard werken betekent. Jarenlang, en zonder dat je daar op korte termijn de populariteitsprijs mee wint. Hieronder punt voor punt wat wel werkt, hoe snel het werkt en wat het effect is op leerlingen en leraren.

1

Professionele cultuur kweken
Het creëren van een professionele cultuur op scholen waarin je van en met elkaar leert. Landen en regio’s die de stap maken van goed naar geweldig onderwijs hebben gemeen dat ze investeren in de kwaliteit van leraren. Niet door cursussen en dergelijke, maar door in alle scholen een cultuur van ‘elke dag samen een beetje beter’ te creëren. McKinsey-onderzoek in Canada, VS, Finland, Singapore, Zuid-Korea, China, Duitsland en Estland heeft dit aangetoond.

2

Leraren beter trainen
Er zijn bewezen strategieën om de professionaliteit van leraren te verhogen. Niet alleen McKinsey vond een set van praktijken die de professionaliteit van leraren versterkt, ook de OESO deed hier onderzoek naar. Zij zagen het belang van lerarenopleidingen waar aanstaande leraren in de lespraktijk worden opgeleid, inductieprogramma’s voor nieuwe leraren op school, ervaren leraren die samen de lespraktijk onderzoeken en leraren die aangemoedigd worden in netwerken buiten de eigen school actief te worden.

3

Grote stappen
Als je je schouders eronder zet, kun je in 5 tot 7 jaar een enorme stap maken voor miljoenen leerlingen. Professionalisering van honderdduizenden leraren kost tijd. Maar als je het goed aanpakt kan het enorm snel gaan. In Singapore halveerde tussen 1990 en 1995 het aantal leerlingen dat zakte voor het toelatingsexamen voor middelbaar onderwijs. En wat helemaal opvalt: alle kinderen hebben hier baat bij: niet alleen de leerlingen die het al goed deden, maar nog meer de leerlingen die een achterstand hadden.

4

Hoe beter, hoe tevredener
Professionele leraren zijn veel tevredener. Mocht je je afvragen of je met deze maatregelen de populariteitsprijs onder leraren wint? Het goede antwoord is: ja. Alleen niet morgen. Als je de cijfers laat spreken, zie je dat leraren die professioneler zijn tevredener zijn over de status van het beroep, over hun professie, over hun werkomgeving en over hun eigen bekwaamheid.

Beter onderwijs voor miljoenen leerlingen is haalbaar in 5 tot 7 jaar door in te zetten op professionalisering van leraren in een schoolcultuur van ‘elke dag samen een beetje beter’. Vermijd dus verleidelijke ‘short cuts’ die niet leiden tot beter onderwijs en die de aandacht afleiden van wat wél werkt. Maar: de populariteitsprijs ga je op korte termijn niet winnen door in te zetten op een professionele cultuur op duizenden Nederlandse scholen. De afweging als partij is: populariteit op korte termijn of beter onderwijs voor miljoenen kinderen.

Jaap Versfelt is oprichter en leider van Stichting leerKRACHT.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s